The Arthur Findlay College (1)

Een spirituele achtbaan / Rollercoasting with the spirits

There are more things in heaven and earth, Horatio,
Than are dreamt of in your philosophy.
(Hamlet)

Reality lies in the eye of the beholder. Er zijn zoveel werkelijkheden als er mensen zijn; de werkelijkheid van de energienota op de mat, de werkelijkheid van de eisen die je werk (of je baas) aan je stelt, de werkelijkheid van een Afrikaanse kindsoldaat of de werkelijkheid van altijd aanwezige voorouders in Indonesië. Voor iedereen zal de definitie iets anders inhouden.

Als schrijver en eeuwige koorddanser tussen de wereld van werkelijkheid en fictie word ik er dagelijks mee geconfronteerd: het ontdekken van andere werelden en het ondergaan van andere werkelijkheden zijn de basis van mijn romans. Hoe kan ik de lezer meevoeren naar onbekende oorden zonder deze ervaren te hebben?

Dat de werkelijkheid een ommezwaai van wel 180 graden kan maken op nog geen drie kwartier vliegen van Amsterdam, ontdekte ik pas geleden toen ik gelijk Horatio gewapend met een onbedwingbare nieuwsgierigheid en een sceptische, maar open geest op het Arthur Findlay College aankwam.

Omdat ik me voor een boek wilde verdiepen in de wereld van mediums, had ik me op dit op spiritueel gebied wereldvermaard instituut ingeschreven voor de cursus ‘mediumship, training & development’ onder het mom van ‘in ieder mens schuilt een medium.’

Waar anders kon dit instituut liggen dan in een land van elfen, heksen en spookhuizen, waar ronde tafelséances in verduisterde rijtjeswoningen en het theebladeren lezen (is die er daarom zo sterk als koffie?) al eeuwen hoogtij vieren en waar Shakespeare himself zijn werk rijkelijk versierde met bovennatuurlijke gebeurtenissen: Engeland, doordrenkt met geesten, voorouders en metafysische geschiedenis, het walhalla voor spirituele contacten.

findley-021.JPG

Bij het zien van het statige gebouw midden in een park vol oeroude en deels halfvergane bomen kreeg ik meteen al de geest. Het enorme Victoriaanse bouwsel kon het met gemak opnemen tegen de slappe aftreksels van de spookhuizen zoals die in standaard griezelfilms worden opgevoerd. Hoewel sinistere melodieën en rechtopstaande nekharen bij het beklimmen van de traptreden tot mijn verbazing uitbleven, wist ik een ding meteen zeker: als ik ergens een blik in het hiernamaals zou kunnen werpen en in contact komen met de bewoners aldaar was het wel op deze plek. En mocht het me niet lukken, er zouden honderd medecursisten zijn uit de gehele wereld waarvan het overgrote deel hun gaven al jarenlang in praktijk bracht.

Na het tasje met de onontbeerlijke tandenborstel en schone onderbroek op mijn kamer te hebben achtergelaten, sloop ik door het doolhof van eindeloze gangen, kamerbrede trappen, grote hallen, afgewisseld met onverwachte kleine binnendoor trapjes, sluipdoorgangetjes en half verborgen ruimtes en vergaapte me tijdens deze ontdekkingstocht door het gigantisch grote gebouw aan de reusachtige schilderijen van waarschijnlijk de voorouders van Arthur Findlay. De meeste zagen er bleek en naargeestig uit. Maar wellicht was dat ook de bedoeling.

Weer terug op mijn kamer – met prachtig uitzicht op het omringende landgoed – vulde ik haastig het competentieformulier in (open geest, op nuchtere Hollandse leest geschoeid) en wierp een snelle blik op het beloofde overvolle programma.

Ik was dan ook maar net op tijd voor de geplande ‘Welcome Meeting & Introduction’ door het opperhoofd van deze week: Glynn Edwards, volgens de brochure een van Engelands beroemdste mediums.

Bij het betreden van de zaal – the Sanctuary genaamd – moest ik onwillekeurig aan een kerk denken: een lang rechthoekig publieksgedeelte met aan weerszijden stoelen, uitlopend op een halve cirkel met rechts een orgel, links een zitgedeelte voor doven, slechthorenden en VIPS (een doopvont ontbrak) en frontaal aan het einde, een podium met spreekgestoelte.

Na enige minuten viel het me op dat er duidelijk iets haperde aan de temperatuur en lichtbeheersing. Beurtelings werd de zaal van ijzig koud bloedheet en het licht wisselde continu in sterkte. Mijn open geest zei: ‘vast de aanwezige spirits die aan het dollen zijn,’ maar mijn nuchtere ondertoon: ‘een slecht werkend aggregaat en hoogste tijd voor een winterbeurt’.

Het opperhoofd, door menigeen later God gedoopt, begon te spreken en vanaf dat moment begon het grote avontuur. Het was alsof ik in een karretje van de achtbaan zat dat afgeschoten werd en me vervolgens meevoerde langs verbazing, scepsis, verwondering, angst, verwachting, ontdekking, de wereld ondersteboven ervaren, heel veel humor, ontmoetingen en me aan het eind van de rit achterliet met het gevoel ‘Ik ben door elkaar geklutst en er is zoveel gebeurd, maar wat nu eigenlijk precies?’

(wordt vervolgd)


Dit bericht is geplaatst in Arthur Findlay College met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

4 Responses to The Arthur Findlay College (1)

  1. Mattijs schreef:

    Sfeervolle introductie… smaakt naar meer!

  2. eric schreef:

    Van een achtbaan kun je goed misselijk worden.

  3. Yolande schreef:

    o o, you are going to be on the spooky track now?

    Is dit in het kader van de research? Ben benieuwd waar deze reis je naar
    toe brengt.. Hoewel, aankomen is niet altijd leuk

    Cheers!

  4. Peter schreef:

    Geachte José Hennekam,
    toen ik ongeveer 11 jaar oud was, dus 1955, heeft kapelaan van Gorp (Gurp) uit Boxtel mij in de sacrastie gekust. Ik heb het mijn moeder verteld. Zij klaagde er over en naar ik mij meen te herinneren is deze kapelaan naar een andere parochie overgeplaatst. Hij viel toendertijd onder deken Broekman. Hoe is het deze kapelaan verder vergaan?
    Kort gezegd: ik denk dat ook de bisschoppen hun oren en ogen hebben gesloten.
    met vriendelijke groeten,
    Peter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *