Biografie

Ik word later Paus. En anders pastoor.

Inboorlingen, bekeerlingen, veel dopen, hard lopen, grote troep, missionarissoep.

José is geen meisjesnaam. Het is Spaans. Ik stam af van een Spaanse Grande.

Elke keer is het eten weer een aangename verrassing! Op de cornetto na dan… die is alleen maar aangenaam.

Na drie dagen reizen, wachten en slapen op vliegvelden  – Norilsk ligt nogal afgelegen in Siberië – komt Sacha in Nederland aan. Binnen vijf minuten heeft zijn verschraalde zweetlucht alle mogelijke bacteriën in mijn auto gedood. Eenmaal bij mij thuis stel ik hem voor eerst een dutje te doen en vraag meteen langs mijn neus weg of  hij misschien ook was heeft want ik ga toevallig net een trommel draaien. ‘Nee, nee,’ zegt hij, ‘niet slapen. Eerst “padark” (cadeau).’ Hij haalt een in krantenpapier verpakt pakketje onder zijn trui vandaan en vouwt het met een grote grijns open. ‘Verse vis, die waar jij zo gek op bent, uit de Pjasina, zelf gevangen.’

Soms heb ik het idee dat José denkt dat geologie hetzelfde is als gastronomie.

Er is altijd ruimte voor citroenijs met vodka.

José heeft iets met kinderen.
Niet alleen met zijn eigen roedel van vier.
Van dakloze en doofstomme kinderen in Vietnam,
via een zijsprong naar vluchtelingkinderen in Bau Bau,
tot weeskinderen in Wit-Rusland.
Altijd is er wel een project voor kinderen wat zijn aandacht vraagt.
Maar ook gewoon een dansje maken met schoolkinderen in Makassar,
de clown en reus uithangen op zijn reizen,
wervelwinden met ADD-ertjes in de polder
en vliegtuigje spelen op verjaardagsfeestjes.
De man is een kindermagneet, of is hij zelf zijn kindertijd nog niet ontgroeid?

Ik heb nog nooit een volwassene aan een andere volwassene horen vragen hoe lang hij over zijn middelbare school heeft gedaan. Er bestaan nog andere dingen in het leven dan leren…

Heeft een enorm goed geheugen, maar vergeet wel steeds dat hij die mop toch echt al een paar keer verteld heeft.

In ganzenpas lopen we door het bos. Elke tien minuten wordt er gestopt en controleren we elkaar. De eerste teek wordt achter Nicolai’s rechteroor gevonden, gelukkig heeft hij nog geen tijd gehad te bijten.‘Lopen hier is een soort Russisch roulette,’ had Sergei vanochtend gezegd. ’80 % van de teken is besmet met het RSSE (Russian Spring-Summer Encephalites) virus en als je gebeten wordt is de kans dat je eraan overlijdt 25%.’ Maar het vooruitzicht om als eerste niet-Russen het vorige week door Ludmilla ontdekte graf van de Tsarenfamilie te zien had het van mijn angst gewonnen.

Busjes zijn altijd handige auto’s, je neemt er al je fossielen en/of kinderen in mee.

“José is een kruising tussen Mister Caveman en Indiana Jones.

Struise verpleegkundige:’Mijnheer Hennekam?’ José staat moeizaam op.’Ja, dat ben ik.’ ‘Maar u mag helemaal niet staan, u moet liggen, uw Hb is…’

Als er iets gedaan moet worden, kun je het beter zelf doen. Dan weet je tenminste dat het goed gebeurt.

De spleet is 30 cm hoog en hooguit 60 cm breed, het duurt minsten 5 minuten voor ik erin durf. Me langs de wanden en de bodem vooruit trekkend krabbel ik achter Sergei aan die al minsten een meter of 10 voor ligt. Blik op oneindig en verstand op nul, als ik na ga denken wat ik aan het doen ben kan ik het wel schudden. Na ongeveer een kwartier wordt de gang wat breder en hoger en kan ik half op mijn knieën verder.Plots is Sergei’s gezicht vlak voor me, hij heeft op me gewacht. ‘Hier moet je je omdraaien en achteruit verder,’ zegt hij. ‘De uitgang straks in de grot zit nogal hoog, met je hoofd vooruit lukt dat niet.’ en weg is hij. In de nauwe ruimte probeer ik me om te draaien. Met mijn lange benen blijkt dat niet gemakkelijk. Als ik halverwege ben zit ik ineens muurvast en kan geen kant meer op. De paniek slaat toe en zorgt dat ik nog meer verkramp. Ik wil eruit!!! Ik wil eruit!! Het hol klinkend ‘hé, waar blijf je nou’ brengt me weer bij mijn positieven. Na veel wrikken en wringen schiet ik los. Zo snel ik kan duw ik me achterwaarts door de gang. Pas als voel dat mijn benen in de lucht hangen durf ik weer normaal te ademen. De schildering in de initiatiegrot is prachtig. Jean Auel had het mis, men wist 40.000 jaar geleden al hoe de cyclus van een vrouw eruit zag.

Op Oud en Nieuw danst hij tot 6 uur in de morgen in een discotheek terwijl ik al om half twee in bed lig.

‘In mijn familie is het traditie om iets voor een ander te doen als een naaste overlijdt,’ verzin ik ter plekke. Ik zie het dorpshoofd van Mingh Quang begrijpend knikken en weet dat ik gewonnen heb. De school komt er :).

Het Vietnamese gekwetter neemt toe en ik kijk op. Het lijkt wel alsof heel de markt zich hier rond dit kraampje heeft verzameld. Het meisje voor me trekt me aan mijn arm bij de les. Ze heeft vijf poppetjes getekend, twee grote met een kruisje ertussen en drie kleinere eronder. Het laatste poppetje is het kleinst en ligt op zijn rug. Met mijn pen wijst ze naar het figuurtje ernaast en daarna met een brede glimlacht op zichzelf. Het is me duidelijk, ze is de middelste van drie kinderen en de jongste in het gezin is nog een baby. Mijn tekenblok en pen wordt terug in mijn handen geduwd. Nu is het mijn beurt weer. Ik kan de warmte van de menigte die zich nieuwsgierig over mij heen buigt bijna voelen. Ik teken eerst twee figuurtjes met een kruisje ertussen en wijs op de linker en daarna op mezelf. Daarna gum ik het rechterfiguurtje uit. Een langgerekt ‘ohhh’ klinkt, gevolgd door een doodse stilte. Vervolgens teken ik onder de eerste twee vier kleinere poppetjes. In een opwelling geef ik ze allemaal een piemeltje. Een uur later, weer zwervend tussen de kraampjes, is het gelach nog steeds niet uitgedoofd.

Elke keer dat we gingen barbecueën bezorgde hij de slager een hele mooie dag.

Genoeg inspiratie? Ik hoop dat ik lang genoeg leef om alle verhalen die ik in mijn hoofd heb op te kunnen schrijven.

Be Sociable, Share!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *